Antislip en slipweerstand
voor mazenroosters R1, R2 of R3
Voor een verhoogde veiligheidsstandaard zijn volgens DIN 51130 en DIN 31001 de bijbehorende slipweerstanden voorgeschreven of mogelijk, alleen in **draagstaafrichting** of in **draag- en vulstaafrichting**.
| Gemiddelde totale acceptatiehoek | Beoordelingsgroep slipweerstand |
| meer dan 10° tot 19° | R 10 |
| meer dan 19° tot 27° | R 11 |
| meer dan 27° tot 35° | R 12 |
| meer dan 35° | R 13 |

Uittreksel uit DIN 31001 – Looppaden met een helling tussen 6° en 24°
Het wordt aanbevolen om hellende looppaden aan transportsystemen of vergelijkbare installaties met een hellingshoek tot 6° uit te rusten met **standaardroosters**. Looppaden met een hellingshoek van 6° tot 10° moeten worden uitgerust met **mazenroosters** met **slipweerstand**. Bij een hellingshoek van 10° tot 24° zijn **metalen roosters** met **treden** over de gehele loopbreedte verplicht. Bij een hellingshoek van meer dan 24° moet de helling worden overbrugd met **treden**. De afstand van de treden of de afmetingen van de treden moeten worden aangepast aan de **stapmaat**. De in de trapbouw geldende stapmaatformule = 2 × **hoogte** + **aantrede** = 63 cm (± 3 cm).
Uittreksel uit DIN 51130
De temperatuur in de testkamer evenals de temperatuur van het schoeisel, smeermiddel en testoppervlak moet 23 (+5)°C bedragen. Voor aanvang van de tests wordt 100 (+1) ml van het smeermiddel gelijkmatig met een borstel op het testoppervlak verdeeld. De loopzool van het schoeisel wordt eveneens met het smeermiddel bewerkt. De proefpersoon loopt in rechte houding met het gezicht naar beneden in stappen van een halve schoenmaat vooruit en achteruit op het testoppervlak. De helling van het testoppervlak wordt vanaf de horizontale positie met een snelheid van 1°/s verhoogd. De hellingshoek waarbij de proefpersoon de grens van veilig lopen bereikt (acceptatiehoek), wordt door meerdere keren op- en afrijden van het kritische gebied vastgesteld. De acceptatiehoek van het testoppervlak wordt, telkens vanaf de horizontale positie, drie keer bepaald. Vóór de tweede en derde meting wordt het smeermiddel opnieuw op het oppervlak verdeeld. De test wordt uitgevoerd door twee proefpersonen.
- Draagstang antislip
- Vullingsstaaf antislip
- Draag- en vullingsstaaf antislip
- Neiging
Antislip door middel van epoxidharscoating
Slipweerstand volgens R11, R12 en R13 voor Blote voeten roosters en -treden. Door coating van de brede vulstaaf met epoxidhars wordt over de gehele profielbreedte de slipveiligheid mogelijk gemaakt.
- Blotevoetenstap R11-R13
- Blotevoetenstap R11-R13
- Vierkantrooster R11-R13
- Vierkantrooster R11-R13







