Draagstaafrichting en maaswijdtes

De draagstaafrichting moet altijd als eerste maat worden opgegeven.

  • De draagstaaf overspant het oppervlak van oplegging tot oplegging en draagt alle lasten.

  • De vulstaaf dient alleen voor de zuivere verbinding van het oppervlak en draagt geen enkele last. Daarom is het zeer belangrijk bij het leggen van vierkante roosters op de draagstaafrichting te letten.

  • Afhankelijk van de belastingssituatie, of het beloopbaar of berijdbaar is, wordt de draagstafhoogte gedimensioneerd. Als men bouwkundig gebonden is aan bepaalde hoogtes, kunnen wij door een kleinere draagstafafstand (maaswijdte) de draagkracht verhogen (bijv. maaswijdte 20 x 20 mm in plaats van 30 x 30 mm).

  • Als een grote maaswijdte vanwege luchtdoorlaat of stortgoed behouden moet blijven, bestaat de mogelijkheid om draagstaven in het gebied van de randopleggingen uit te klinken – d.w.z. max. bouwhoogte 60 mm, bij maaswijdte 30 x 30 mm (statisch vereist 90 mm).